Chronische nierziekte bij de hond en de kat

Door Tamara van der Snoek, dierenarts. Werkzaam bij Dierenkliniek Klaver4Dieren.

Inleiding
Nierziekten komen veel voor bij katten en regelmatig bij honden: 1 op de 3 katten en 1 op de 10 honden krijgt gedurende hun leven een nierziekte. Dit is met name het geval bij oudere honden en katten, dan neemt de kans op een nierziekte steeds meer toe met het toenemen van de leeftijd. Dit geldt voor zowel een acute als een chronische nierziekte.
 
Uit een onderzoek bij katten komt zelfs naar voren dat 50% van de katten van alle leeftijden gediagnosticeerd wordt met chronische nierziekte en het percentage is nog hoger bij katten ouder dan 15 jaar. Bij honden ligt dit getal lager (volgens een onderzoek in de UK varieert dit van 0.05-3.74%).
Er is sprake van chronische nierziekte indien de nierziekte langer dan 3 maanden aanwezig is. Chronische nierziekte wordt ook wel afgekort tot CNZ: deze afkorting zal worden gebruikt in onderstaande tekst.
 
Voorkomen
CNZ ontstaat niet van de één op de andere dag zoals bij acuut nierfalen wel het geval is. CNZ ontwikkelt zich over een periode van een aantal maanden tot jaren.
Wat er gebeurd bij CNZ, is dat de nefronen (niereenheden; elke eenheid bestaat uit bloedvaten met een kapsel eromheen en een nierkanaaltje, met een filterende functie) worden vervangen door bindweefsel en hierdoor de functie niet meer kunnen uitoefenen. Dit is onherstelbaar.
 
De mogelijke oorzaken hiervan zijn:

  • Immunologische afwijkingen: o.a. SLE en vasculitis (zoals bij FIP bij de kat)
  • Amyloïdose: stapelingsziekte waarbij er sprake is van een abnormale neerslag van eiwitten in de nieren
  • Neoplasie/tumor (primair of secundair)
  • Toxische stoffen
  • Renale ischemie: onvoldoende doorbloeding van 1 of beide nieren, meestal door vernauwing of verstopping van een bloedvat
  • (Chronische) Ontsteking
  • Infectie: o.a. nierbekkenontsteking en Leptospirose bij de hond (Ziekte van Weil)
  • Erfelijke aandoeningen: familiale nierziekte, bekend bij meerdere rassen
  • Aangeboren aandoeningen: o.a. te kleine nieren of maar 1 nier aangelegd
  • Urinewegobstructie: o.a. verstopte urinebuis bij katers 
  • Idiopathisch: d.w.z. met onbekende oorzaak 

Symptomen
De symptomen die worden gezien bij CNZ kunnen variëren van mild tot zeer ernstig. Dat ligt er met name aan hoe snel de symptomen zich ontwikkelen en in welk stadium de aandoening zich bevindt (zie verderop).

  • Meest voorkomende symptomen:
  • Veel drinken en veel plassen
  • Gewichtsverlies
  • Verminderde eetlust
  • Braken/spugen
  • Lusteloos/sloom/zwak
  • Slechte lichaamsconditie; zoals verminderde bespiering en slechte vachtconditie
  • Uitdroging
  • Wankele gang 

Diagnose
De diagnose van CNZ wordt gesteld aan de hand van een combinatie van onderstaande onderzoeken:

  • Lichamelijk onderzoek: aan de hand van de bevindingen tijdens het lichamelijk onderzoek.
  • Bloedonderzoek: verhoogde nierwaarden (creatinine, ureum en SDMA) en eventueel andere afwijkingen (zoals fosfaat verhoogd, te laag aantal rode bloedcellen = bloedarmoede, disbalans in de elektrolyten).
  • Urineonderzoek: een laag soortelijk gewicht (slecht geconcentreerde urine) en eiwitverlies via de nieren (proteïnurie).
  • Röntgenfoto’s: de grootte en de vorm van de nieren kunnen worden beoordeeld.
  • Echo: de grootte, vorm en schors/merg verhouding van de nieren kunnen worden beoordeeld.
  • Weefselonderzoek: eventueel afname van een biopt van de nieren, waarbij er een stukje weefsel van de nieren wordt afgenomen en opgestuurd wordt voor weefselonderzoek (alleen in de gevallen waarbij de diagnose niet duidelijk is). 

Met beeldvorming (röntgenfoto, echo) worden er meestal kleine, onregelmatige nieren gevonden, doordat er door een ontstekingsreactie in de nieren bindweefsel ontstaat wat gaat samentrekken (de zogenaamde “schrompelnier”). Dit kan met lichamelijk onderzoek soms al gevoeld worden.
 
Een aanvullend onderzoek is de bloeddrukmeting. Bij CNZ is de bloeddruk vaak verhoogd. Een hoge bloeddruk kan de oorzaak zijn van CNZ, maar andersom kan CNZ ook een hoge bloeddruk veroorzaken. In het begin kan het zijn dat een hond of kat hier nog geen symptomen van heeft. Echter, in een later stadium kunnen er plotseling symptomen ontstaan zoals bloedingen in het netvlies, blindheid en neurologische symptomen (sufheid, wankel lopen, dronkenmansgang, etc.). Daarom is het erg belangrijk om bij honden en katten met CNZ de bloeddruk te meten, te monitoren en te behandelen indien hier sprake van is. 
CNZ kan worden ingedeeld in meerdere stadia. Dit gebeurd op basis van de hoogte van een nierwaarde in het bloed (creatinine; dat is een afbraakproduct van eiwitten en wordt voornamelijk uitgescheiden via de nieren). Het stadium zegt wat over de ernst van de aandoening en kan behulpzaam zijn in de behandeling en voor de prognose.
 
Volgens de IRIS (International Renal Interest Society) zijn dit de stadia:

  • Stadium 1: beginstadium CNZ; geen symptomen, maar er kunnen afwijkingen gevonden worden zoals een afwijkende vorm van de nieren, eiwit in de urine, slecht geconcentreerde urine, afwijkend nierbiopt en/of SDMA verhoogd
  • Stadium 2: milde CNZ; symptomen meestal mild of niet aanwezig
  • Stadium 3: matige CNZ; symptomen meestal duidelijk aanwezig
  • Stadium 4: ernstige CNZ; duidelijke symptomen en het dier kan zelfs instorten 

Therapie
Welke behandeling(en) worden ingezet, is afhankelijk van de primaire oorzaak en het stadium van de ziekte.
Als eerste is het belangrijk om te stoppen met medicatie die schadelijk kunnen zijn voor de nieren (zoals NSAID’s = pijnstiller/ontstekingsremmer/koortsremmer).
 
De volgende behandelingen zijn mogelijk:

  • Anti-misselijkheid: door de verhoogde nierwaarden kunnen ze heel misselijk worden; om het braken tegen te gaan en de eetlust te stimuleren.
  • Vloeistoftherapie: hiervoor is (meestal) een opname in de kliniek nodig om bij uw hond of kat de nieren te spoelen en de elektrolyten-disbalans te corrigeren.
  • Semintra: bloeddrukverlager en verminderd het verlies van eiwit via de urine.
  • ACE-remmers: bloeddrukverlager.
  • Nierdieet: met aangepast fosforgehalte en weinig natrium (= zout) om de nier- en hartfunctie te ondersteunen.
  • Fosfaatbinders: bij een (langdurig) verhoogd fosfaat in het bloed.
  • Antibiotica: indien er sprake is van een nierbekkenontsteking.
  • Eventueel homeopathie (ter ondersteuning). 

Follow-up
Indien uw hond of kat gediagnosticeerd is met chronische nierziekte, dan is het heel belangrijk dat uw hond of kat gemonitord wordt.
Regelmatige controles met bloedonderzoek, urineonderzoek en bloeddrukmeting zijn nodig om het verloop van de ziekte te kunnen volgen en het effect van de behandeling te beoordelen.
Een levenslange behandeling is noodzakelijk bij chronische nierziekte, aangezien het een progressieve ziekte is en de ziekte steeds ernstiger wordt. Een behandeling kan de progressie van de ziekte vertragen en daarmee de levenskwaliteit van uw hond of kat bevorderen.
 
Bronnen:
Website: http://www.iris-kidney.com/guidelines/staging.html
Boek: Nelson, R.W. en C.G. Couto. Small Animal Internal Medicine, 4th Edition. Mosby Elsevier, 2009.
Guidelines: J. Robertson, A Practical Approach to Using the IRIS CKD Guidelines and the IDEXX SDMA® Test in Everyday Practice. Content presented at the 2017 Hill’s Global Symposium in Washington D.C., May 5 - 6, 2017.
Artikel: D.G. O’Neill; et al. Chronic kidney disease in dogs in UK veterinary practices: prevalence, risk factors and survival. Royal Veterinary College, London, UK. University of Sydney, Australia.
Artikel: C.L. Marino; et.al. The prevalence and classification of chronic kidney disease in cats randomly selected within four age groups and in cats recruited for degenerative joint disease studies. Journal of Feline Medicine and Surgery. 2014 June; 16(6): 465–472.